Brief aan een hartenbreker

Allerbeste hartenbreker,

Na keer op keer hetzelfde verhaal – inmiddels al drie jaar lang – zou je denken dat het me allemaal niets meer zou doen. Maar dat doet het wel, en ik ga je proberen uit te leggen waarom. Aangezien ik na al die tijd inmiddels wel ontdekt heb dat jij na dit soort momenten graag doet denken alsof je abrupt bent verkast naar Timboektoe en alle supersonische communicatiemiddelen ook niet mogen baten zag ik geen andere oplossing.

Ik ben niet boos, integendeel. Ik mis je, en niet alleen vanwege je plotselinge dramatische verdwijning. Dat dramatische heb ik sowieso nooit begrepen; aan mijn eigen soap heb ik al meer dan genoeg. Ooit, ergens, ik weet niet hoeveel jaren terug alweer, waren we gewoon vrienden. Toen was alles fijn en duidelijk. Ik zag je alleen nog niet staan. Soms denk ik dat ik daardoor een vloek met me meedraag, tot nu toe heb ik je niet kunnen betrappen op een bovengemiddelde interesse in voodoo. Wat ik niet begrijp is dat, als je überhaupt ooit om mij gegeven hebt, niet belangrijk in welke vorm, je telkens weer verdwijnt. Op de vlucht slaat. Daarmee houd je mij in een wurggreep, wist je dat? Vaak vraag ik mij af of ik dit mezelf aandoe. Is om iemand geven een misdaad? Je zegt dat je vrienden wilt zijn; waar ben je nu dan?

Ik kan geen vragen stellen, al knalt mijn hoofd uit elkaar van het gepieker. Ik heb geen ruimte om mijn zegje te doen. Vervolgens wordt er wel van mij verwacht dat ik er vrede mee kan hebben. Dat is oneerlijk, en dat weet jij ook. Volgens jou is het verleden allesbepalend; als het aan mij lag was het tot ver, héél ver in de toekomst een My Little Ponywereld waarin we het fijn hebben en ergens heel lang op een roze wolk zitten. Klinkt aantrekkelijker dan Timboektoe toch? Gelukkig heb ik die hoop al heel lang geleden opgegeven. Dromen zijn bedrog, Marco heeft gelijk. Wat Neerlands zingende zielenslurper wél vergeet is dat als je van iemand houdt, het erg lastig kan worden. Zoals ik net al duidelijk maakte: verwachtingen had, of beter gezegd heb, ik niet. Ik verwacht niet dat je nu plots een teken van leven geeft of dat ik antwoorden krijg. Ik verwacht niet eens dat je dit leest.


Post to Twitter

Geef een reactie